Hieronder de pongee sjaal, gemaakt op dezelfde middag en volgens dezelfde werkwijze als Bladgoud I/II (met dank aan het pakket ‘Toewerken naar bladgoud‘ van Rachel van der Weerd van Atelier Het kleine huis). Toch laat ook deze sjaal weer zien hoe verschillende soorten zijde reageren, zelfs wanneer je exact hetzelfde recept volgt.
Waar de satijnzijde meer diepte en glans geeft, oogt de pongee zachter en poederachtiger. Het goud is hier minder uitgesproken metallic, maar juist warm en natuurlijk. Alsof het blad niet óp de zijde ligt, maar er langzaam in is getrokken.
Op de close-ups zie je prachtig hoe de nerven subtiel zichtbaar blijven, met hier en daar een fijn paarsbruin randje rondom het blad. Vooral de kastanjebladeren en het kleine esdoornblad geven een verfijnde tekening. De lichte waas rond sommige bladeren zorgt voor een bijna aura-achtig effect, alsof het goud om het blad heen ademt.
Wat mij vooral raakt bij deze sjaal is de zachtheid. Het goud is hier geen statement, maar een fluistering. Minder uitgesproken dan bij de satijnversie, maar misschien juist daardoor eleganter en draagbaarder.
En opnieuw blijkt: twee verfdekens, hetzelfde moment, dezelfde handen, maar toch een totaal eigen karakter.
Dat is precies waarom ik dit proces zo bijzonder blijf vinden. 🌿
Gebruikte bladeren: walnoot, japanse esdoorn, eik, kastanje (klein blad) en eik






Laat een antwoord achter aan Van bladgoud naar geel – SilkyLeaves – ecoprinten – botanical printing Reactie annuleren