Na alle uitgesproken kleuren en het werken met cirkels had ik behoefte aan rust. Gewoon een witte zijden sjaal. Geen extra lagen verf, geen uitgespaarde vormen. Alleen blad en zijde.
Walnootbladeren zijn dan een veilige keuze. Ze printen vrijwel altijd krachtig en geven die warme goudbruine tint waar ik zo van hou. Na het snoeien in de voortuin – en het vrijmaken van de druivenrank – heb ik het patroon aangevuld met druivenbladeren. Een combinatie van stevig en verfijnd.
De zijde is voorbewerkt met aluinbeits. Daardoor pakken de druivenbladeren subtieler en iets minder scherp dan de walnoot. Dat was een bewuste keuze. De zachtere, wat dromerige afdruk van de druif zorgt ervoor dat de walnootbladeren echt naar voren komen. Ze krijgen ruimte. Diepte. Focus.
Het resultaat is een rustige, natuurlijke sjaal met een prachtig warm hart van goudbruine walnoot. Soms zit de kracht juist in het weglaten.
Gebruikte bladeren: walnoot, druiven








