De meeste sjaals lukken in één keer. Ik merk dat ik inmiddels zoveel vaardigheid heb opgebouwd in het ecoprinten dat ik bij de meeste resultaten direct tevreden ben en ze met een gerust hart verkoop- of cadeauwaardig vind.
En toch gebeurt het, heel af en toe en meestal onverwacht, dat ik na het stomen een sjaal uitrol die ik meteen afkeur. In het begin dacht ik eraan om een B-serie te maken die eventueel voor een lagere prijs de deur uit kunnen. Maar ik merkte dat ik daar niet achter kon staan, dat voelde niet goed. Opvallend genoeg zien anderen er vaak wél iets moois in. Toch belandt zo’n sjaal bij mij aan het rek in het atelier, waar hij blijft hangen tot ik inspiratie krijg voor een tweede print, meestal in een donkerdere tint.
Zo hing er al maanden een sjaal in felle blauwgroene tinten te wachten op een herkansing. De kleur was prachtig, maar het geheel klopte voor mijn gevoel niet.
Deze week kwam de inspiratie. Ik plukte de laatste bladeren van mijn kleine walnotenboompje in de tuin en ging aan de slag. Op de vensterbank vond ik nog wat gedroogde kersenbladeren waarmee ik de compositie aanvulde. Het viel me op dat het blauw van de eerste print een sterk pigment was, dat zelfs bij het uitspoelen van de voorbeits nog wat afgaf. Stiekem hoopte ik dat dit zich zou mengen met de zwarte verfdeken die ik over het geheel legde.
Ik rolde de sjaal stevig op, bond hem vast en legde hem in de stoompan. Daarna kroop ik mijn bed in en liet ik de nacht én de stoompan hun werk doen.
Als je dan ’s ochtends vroeg met een eerste kop koffie op de bank zit, wetend dat er nog een sjaal in de pan ligt te wachten om uitgerold te worden voordat je naar je werk gaat, dan geeft dat een extra kriebel aan de start van de dag.
En wat een heerlijk moment als blijkt dat de sjaal prachtig is geworden. Het blauw heeft zich subtiel vermengd met het zwart, waardoor het geheel niet overal diepzwart is, maar gelaagd en levendig.
Gebruikte bladeren: walnoot, sierkers













Geef een reactie