In mijn verdere zoektocht naar lichtblauw heb ik vandaag slechts de helft van het aantal gram pigment gebruikt dat ik normaal inzet bij blauw.
Wederom heb ik de bladeren van Groot Hoefblad gebruikt, met het grootste blad in het midden. De maanzijde, de onderkant, was bedekt met een oranjekleurige parasiet, vermoedelijk oranje roest. Ik was benieuwd of dat tijdens het eco-printen verschil zou maken. Dat bleek niet het geval. De afdruk verschilde nauwelijks van bladeren zonder roest. Misschien iets meer bruine tinten, maar dat kan ook aan de ouderdom van het blad hebben gelegen.
De druivenbladeren in mijn voortuin kregen ook een herkansing. In het voorjaar, aan het begin van de zomer, viel de print wat tegen. Ik was dus benieuwd wat ze nu, aan het einde van het seizoen, zouden doen. Mooie, platte bladeren plukken bleek nog best lastig. Door de droogte krullen ze sterk naar binnen. Overigens hebben we dit jaar voor het eerst een kleine oogst van deze rank, twee prachtig gevulde trossen druiven. Dus zelfs als de print niet perfect is, mag de plant wat mij betreft blijven staan voor de oogst.
Het resultaat van de druivenbladeren is wisselend. Sommige delen tonen donkere contouren, terwijl aan de andere zijde juist veel details zichtbaar zijn. Mogelijk is tijdens het stoomproces één kant vochtiger geweest dan de andere.
Deze keer heb ik de sjaal ongestreken gefotografeerd. Persoonlijk vind ik een ecoprint op die manier het meest natuurlijk, omdat de nerven dan nog reliëf geven aan de stof. Op de foto zie je dat minder goed terug. Dat moment van uitpakken en ophangen om te drogen blijft voor mij het meest bijzonder. Wanneer je de sjaal draagt, is een gestreken exemplaar natuurlijk wel mooier.
Het resultaat is een sjaal met tinten van zeegroen tot blauw.
Gebruikte bladeren: groot hoefblad en druivenbladeren









Geef een reactie